woensdag 2 maart 2016

Onrust over formatief toetsen, we zijn aan het leren

Zoals je weet zijn we na carnaval in klas 2 en 3 begonnen met een pilot waarin we niet summatief willen toetsen (lees hier als je wilt afhaken door het woordje summatief). In deze periode gaan leraren extra hun best doen om toetsing in het onderwijs te integreren, om toetsloos onderwijs te ontwerpen en om het denkniveau ín de les te verhogen.
Om dit te bevorderen hebben we ons een concrete uitdaging gesteld: leraren mogen geen toetsen opgeven, maar moeten hun leerlingen wél duidelijk maken dat zij leren en wat zij leren. Daar gebruik je ook toetsen voor.
In de eerste bijeenkomst met meedenkende leerlingen (met minstens 2 per klas was dat een groep van 14 echt betrokken vertegenwoordigers) bleek dat de pilot bij een aantal kinderen voor stress zorgt. Zij ervaren de druk van de 'onverwachte toets', want, ja, de resultaten worden vastgelegd in Magister, ze leveren immers informatie en die wil je bewaren zodat je kunt zien waar nog aandacht nodig is.
Gisteren hebben leraren een eerste evaluatie gehad en ook voor hen bleek de pilot wisselend te verlopen. Waar de ene lerares (geschiedenis, die ook in de leerlingenbijeenkomst complimenten kreeg) tevreden vertelde over haar slotvragen van de les die kinderen meegaf of ze de stof voldoende verwerkt hadden, worstelde een ander met: hoe moet ik nu afsluiten?
Ook ouders denken volop mee en daar zijn we heel blij mee. Met sommige ouders hebben we een gesprek gevoerd en we horen nu ook dat mentoren vragen krijgen. Hieronder lees je een antwoord op een uitgebreide brief van een ouder. Dit antwoord levert ook andere ouders wellicht meer duidelijkheid.
Gebruik gerust ook dit blog om mee te praten en mee te denken. Daar profiteren we allemaal van.

Een ouderbrief 

(gepubliceerd met toestemming schrijver)

Geachte heer Beesems,
In uw mail d.d. 1 februari  2016 stelt u de ouders op de hoogte van het doorvoeren van een experiment met betrekking tot het gebruik van formatieve toetsing binnen 2 en 3 HAVO.  In die mail brengt u naar voren dat u de ervaringen met deze nieuwe vorm van toetsing evalueert met leraren en leerlingen. In dit licht wil ik graag als ouder enkele punten met u delen. Dit op grond van eerste ervaringen van mijn zoon.


Voordat ik deze punten naar voren breng, wil ik benadrukken dat ik op zichzelf positief sta ten aanzien van de wijze waarop het onderwijs binnen 2 havo wordt vormgegeven.  Ik zie dat mijn zoon zich erg thuis voelt, het goed naar zin heeft en ook goede cijfers haalt. Bovendien zie ik dat hij steeds zelfstandiger wordt. Daarnaast begrijp ik uw verlangen om te bezien of door een andere wijze van toetsing de effectiviteit van het leerproces kan worden bevorderd. 
Tegelijkertijd moet ik constateren dat deze huidige vorm van toetsing toch onzekerheid bij mijn zoon oproept, omdat hij geen houvast heeft. Het werken met niet aangekondigde toetsen hangt als een zwaard van Damocles boven hem. Uit uw mail begreep ik dat de invoering van formatief toetsen gebaseerd was op klachten over toetsdruk.  Dit roept echter bij mij de vraag op of er nu juist niet een andere vorm van druk ontstaat die juist onbepaalder is; terwijl juist HAVO leerlingen behoefte hebben aan duidelijkheid.
Daarnaast vraag ik me af, of deze vorm van toetsen niet een heel erg grote verantwoordelijkheid voor het leerproces bij de leerling legt. Binnen mijn eigen instelling,  de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit, maken we ook gebruik van activerend onderwijs in de vorm van probleemgestuurd onderwijs.  Op grond van onderzoek weten we dat zelfs studenten van 18 en 19 jaar veel moeite hebben  met het zelf ter hand nemen van de verantwoordelijkheid van hun onderwijsproces. Vandaar ook dat juist deze probleemgestuurde vorm van onderwijs gekoppeld wordt aan een heel duidelijke structuur zodat studenten weten wat ze moeten doen. 
Tenslotte zou ik graag meer informatie willen hebben over het didactische model dat u hanteert en dat ten grondslag ligt aan het experiment;  te meer daar de ‘systematic review’ die door  Slijsmans, Joosten –Ten Brinke en Van de Vleuten (2013) is uitgevoerd naar de effectieve kenmerken van formatief toetsten in opdracht van NWO-PROO, een aantal  vraagtekens stelt bij de omvang en kwaliteit van onze feitelijke  kennis over formatief toetsen. In hoeverre heeft u hiermee rekening gehouden?  Er worden vragen gesteld ten aanzien van de kwaliteit van deze studies en de kennis die naar voren wordt gebracht,  maar ook bij de mate waarin concrete richtlijnen voor handen zijn ten aanzien van het gebruik van bepaalde methoden. Hierdoor is het lastig relaties te leggen tussen condities, methoden en uitkomsten. 
Door middel van deze brief heb ik geprobeerd enkele zorgen tot uitdrukking te brengen. Verder ben ik natuurlijk heel benieuwd naar de resultaten van het experiment. Overigens ben ik gaarne bereid tot een nadere toelichting.
Met vriendelijke groet,

Prof. dr. __________
Head of the Department of Public Administration and Sociology
Vice-Dean Faculty of Social Sciences

Ons antwoord

Beste meneer _______,
Bedankt dat u de moeite heeft genomen om zo uitgebreid mee te denken in onze ontwikkeling. Fijn om ook expertise en ervaring uit andere onderwijssoorten mee te kunnen nemen. Uw dubbele rol als ouder en als leraar is hier waardevol, dat blijkt.
We hebben inmiddels de startbijeenkomst met leerlingen gehad, waarin we met elkaar de eerste weken hebben geëvalueerd. U verwoordt een aantal zorgen die leerlingen ook uitspreken. Blijkbaar zijn wij als lerarenteam nog niet in staat om consequent uit te stralen wat onze motieven en doelen zijn: door een hogere denkkwaliteit in de les moet stof beter beklijven, worden leerlingen nadrukkelijk uitgenodigd om tot een beheersingsniveau te komen dat verder gaat dan reproduceren in een toets.
We doen dit onder andere omdat we weten dat (in Nederland, dit is geen uniek Odulphusverschijnsel) huiswerk met rendement een zeldzaamheid is; leerlingen maken huiswerk vooral om het af te hebben, om sancties te voorkomen. Tegen de toets wordt er wel geleerd, maar die kennis is een week na de toets voor het grootste deel weer weg, zonde van de energie. We zetten deze periode van 6 weken overigens niet in als middel om de toetsdruk te verlagen, toetsdruk is een symptoom van summatief onderwijs, het was dus meer een aanleiding.
We zien deze periode ook niet als een experiment, we weten namelijk van vakken die al jaren consequent formatief toetsen dat het motiverend werkt en dat de studieresultaten prima zijn.
Formatief toetsen is bij ons een onderdeel van een totaalpakket waarvan de kern is: we doen het samen. Leraar en leerling staan niet tegenover elkaar, maar werken samen aan de ontwikkeling van de leerling. De druk die uw zoon (en we merken dat hij niet de enige is) voelt, is een druk die we vooral bij de leraar willen hebben; die is eigenaar van het onderwijs, de leerling is eigenaar van het leren. Wij begrijpen dat kinderen niet uit zichzelf verantwoordelijkheid nemen voor hun leren, we verwachten die ook niet. Leerlingen komen niet automatisch gemotiveerd naar school, het is aan de leraar om zijn onderwijs  zó in te richten dat leerlingen zich uitgedaagd voelen om te leren.
De bedenkingen die Sluijsmans, Joosten-Ten Brinke en Van der Vleuten in hun reviewverslag ten aanzien van formatief toetsen uiten, liggen meer in de verwarring omtrent de terminologie dan in de noodzaak of wenselijkheid om onderwijs veel meer in formatieve richting vorm te geven. Dominique Sluijsmans geeft in dit seminar duidelijk aan hoe je implementatie de meeste kans van slagen heeft en draagt uit: ga formatief toetsen.
Ook geeft ze aan waarom deze omslag volgens haar zo moeilijk is: van jongs af aan wordt er met cijfers alleen maar geselecteerd en voordat bij ouders, leerlingen, maar ook bij leraren deze reflex verdwijnt, moet er aan alle kanten vertrouwen getankt worden.
Vier jaar geleden is Desirée Joosten-Ten Brinke in ons team komen praten over toetsing. Daar bleek dat wij meer vanuit de praktijk het onderwerp toetsing wilden aanvliegen.
Wat in hun review niet belicht wordt is de plaatsing in het Nederlandse onderwijssysteem. Nederland is een van de weinig landen waar we kinderen al vanaf hun 12e voorsorteren. Dat doen we op laat ik het intellectueel vermogen noemen. Dit gegeven versterkt nog eens het Nederlandse puntenjagen, de zesjescultuur, de handel in toetsoefenmateriaal (door Cito zelf NB.) en je kunt het kinderen dan ook niet aanrekenen dat zij nu even uit het lood zijn door deze omslag. De omslag is echter niet zo groot als hij nu lijkt, een behoorlijk aantal vakken toetst al jaren (ten dele) formatief, maar we willen nu echt alle vakken werk laten maken van een hoger rendement van de les.
Hoe u praat over de ontwikkeling van uw zoon, geeft precies aan wat we met ons onderwijs willen bereiken: We komen naar school om te leren en we merken dat we er beter van worden, zowel de leerling als de leraar.
Tot slot wil ik u om toestemming vragen om uw brief en mijn antwoord te publiceren op het havoblog, zodat ook anderen erop kunnen reageren.

Alvast bedankt,
Michel Pijpers
Mede namens Jan Beesems en het havoteam

Geen opmerkingen:

Een reactie posten