zaterdag 10 september 2016

Toetsing en cijfers vanaf 2016

Uitgangspunten

Toetsing heeft 2 hoofddoelen:
a.       De leraar krijgt informatie over de kwaliteit van zijn onderwijs: hebben de leerlingen geleerd wat hij ze wilde leren/ wat hij wilde dat ze zouden leren.
b.      Leerlingen krijgen inzicht in de mate waarin ze iets beheersen. Daaruit kunnen leerlingen ook conclusies trekken over aanleg, interesse en inzet.

We werken formatief. Een onvoldoende gemaakte toets is nooit eindpunt van onderwijs, uiteindelijk moet iedereen alles voldoende beheersen, een onvoldoende kun je niet compenseren met een andere voldoende binnen dat vak.

We geven onze leerlingen duidelijke doelstellingen die zij controleerbaar kunnen halen.
Rapportage moet inhoudelijke duidelijkheid geven aan leerlingen, leraren en ouders. Een getal heeft het voordeel dat je snel ziet waar problemen zijn. Voor alle betrokkenen moet inzichtelijk zijn wat de inhoud achter dat cijfer is.
Duidelijk is dat we niet terug willen naar het oude systeem waarin de toetsweken scherprechter werden over succes of falen. We blijven vasthouden aan niet-doubleren, dus falen is geen optie.

Uitwerking

Formatief lesgeven

Zo vaak als maar mogelijk/functioneel is geeft de leraar leerlingen de kans om te checken of zij begrijpen waar het om gaat, of zij de stof beheersen, of zij zelfstandig denkstappen kunnen maken. (Check For Understanding, CFU)

Resultaten vastleggen

Appreci8

Samen met Harris Software ontwikkelen we het programma Appreci8, waarin we leerlingen wat breder kunnen waarderen dan alleen met cijfers. Beoordelingen krijgen hierdoor meer inhoud. Ook moet het voor leerlingen mogelijk worden om zichzelf te beoordelen, daartoe moeten wij leerlingen heldere doelen geven. Nu pilotten, verbeteren en verder uitrollen.

Cijfers zonder weging

Wat je kunt vastleggen, leg je vast. Iedere prestatie is er een. Toetsing is informatie verzamelen. Cijfers noteren we in Magister, zonder weging.

Cijfers met weging: absolverend toetsen / dossiervorming

Het havopunt gaat gevuld worden met beoordelingen die ertoe doen. In plaats van zo’n toets mag de leraar ook een beoordeling van een ontwikkeldossier (bijvoorbeeld schrijfvaardigheid) opnemen met weging. Aan het eind van een schooljaar heeft een leraar alles wat hij voor zijn vak belangrijk vindt minstens een keer beoordeeld met een absolverende toets of middels het beoordelen van een ontwikkeldossier.
Ook deze toetsen houden hun formatieve waarde: een onvoldoende betekent dat er nog stevig geleerd moet worden. Een onvoldoende mag niet blijven staan.
Op deze manier toetsing integreren in het onderwijs geeft de voordelen:
·         Je kunt een onderwerp echt afsluiten.
·         Je kunt een onderwerp/vaardigheid gewicht geven.
·         Je laat leerlingen ook eens zelfstandig naar een toetsmoment werken.
Het havopunt: Vanaf oktober staat in deze kolom een prognosecijfer; je leraar verwacht dat -als jij zó doorwerkt- dit je eindrapportpunt zal zijn.
We streven ernaar dat dat samenvalt met het gemiddelde van de gewogen cijfers, maar het havopunt dat de leraar je geeft (die dan ook je niet-gewogen toetsen, opmerkingen en vragen in de klas kan meenemen) is doorslaggevend.

Bovenbouw, PTA

Nu het jaarcijfer in klas 4 havo een schoolexamencijfer in klas 5 havo wordt, kunnen we deze manier van cijfergeving direct doortrekken naar de bovenbouw.

Groot voordeel ten opzichte van het huidige systeem is dat je deze weging overeen kunt laten komen met de weging in het examenjaar; leerlingen hebben zo een prima beeld van hun capaciteiten.
De talen bijvoorbeeld kunnen nu alle domeinen (leesvaardigheid, schrijfvaardigheid, spreekvaardigheid, luistervaardigheid, literaire ontwikkeling) meenemen in het jaarcijfer, op dezelfde manier als de weging in het examenjaar zal zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten