Cijfergeving: Formatief toetsen

Het is in Nederland vrij normaal om een rapportpunt te geven op basis van cijfers die je in de loop van het jaar behaalt. Deze cijfers behaal je vooral met toetsen die onderwijs afsluiten: na de toets van hoofdstuk 3 ga je door met hoofdstuk 4. Had je een onvoldoende, dan doe je extra je best om voor hoofdstuk 4 goed te scoren, want uiteindelijk wil je minstens die 6 aan het eind van het jaar omdat voldoende voldoendes jou recht op bevordering geven.
Maar hoe moet dat nou met hoofdstuk 3? Dat zal toch niet voor niks behandeld zijn. In het oude (summatieve) systeem accepteer je dat je doorgaat terwijl je onderdelen niet beheerst. Daarom zijn wij op zoek naar een rijkere manier van toetsing en cijfergeving. We hebben dan ook veel wegingen in Magister op 0 gezet. Leraren geven vanaf het begin van het schooljaar een rapportpunt op basis van informatie die zij verzamelen door toetsing en beoordeling van hun leerlingen. We toetsen om informatie te verzamelen en om onze leerlingen feedback te kunnen geven, maar het belangrijkste is nog wel dat we toetsen om duidelijk te krijgen wat je nog moet leren. Je repareert je onvoldoende voor hoofdstuk 3 dus niet met hoofdstuk 4, nee, je moet hoofdstuk 3 onder de knie krijgen. We toetsen niet om onderwijs af te sluiten, de toets maakt deel uit van het onderwijs, de toets geeft informatie. Dit (formatieve) systeem maakt het mogelijk om echt duidelijk te maken hoe je ervoor staat.

Een voorbeeld

In klas 4 starten we bij Nederlands spreekvaardigheid met het spreekvaardigheidsonderdeel De discussie. Leerlingen vinden dat enorm moeilijk. Een debat is gemakkelijk: ervoor zorgen dat je gelijk krijgt, eventueel ten koste van je tegenstander. Maar een discussie vraagt erom dat je er samen uitkomt, dat je elkaars hersenen inschakelt en dat je nieuwe inzichten ontwikkelt.
De eerste ronde liggen de scores/punten gemiddeld rond de 4. En toch geef ik veel complimenten. Van leerlingen krijg ik terug dat ouders het heel raar vinden dat ze een 4 scoren én complimenten krijgen. (Eén leerling moest zelfs zijn mobiel het hele weekend inleveren, "want je maakt mij niet wijs dat je je best hebt gedaan".)
Die 4 klopt, de complimenten ook. Ouders, toen jullie je eerste rijlessen namen, kreeg je van je instructeur ook complimenten, maar je reed bagger, je kon echt niet alleen de weg op. Door kinderen vanaf het begin te beoordelen op het eindniveau, kun je als leraar lekker duidelijk zijn.
Die 4 geeft mij als leraar de informatie dat ik er nog wat aan moet doen om leerlingen op niveau te krijgen.

En dat werkt ook zo met de toetsen: scoort een klas slecht, dan is mijn onderwijs niet goed geweest en moet ik erover nadenken hoe ik iedereen op niveau krijg. Want dat is een pijler van ons onderwijs: Kinderen blijven niet zitten. Als de basisschool het advies havo heeft gegeven, als de brugklas zegt: ga naar de havo, dan ben je een havoleerling en is het aan ons, de leraren, om ervoor te zorgen dat je leert en dat je je doelen behaalt.

Het rapportpunt (het "havopunt") is dus echt het rapportpunt, ook al is het geen gewogen gemiddelde van alle behaalde cijfers. We blijven met cijfers werken, omdat dat duidelijk is.  Zien wij verontrustende resultaten, dan nemen we (de mentor of de coördinator) snel contact op, want een kind blijft niet zitten.

Nog wat bijvangst van formatief toetsen
  • Spieken is geen issue meer: de uitslag van de toets wordt niet gebruikt voor de overgang, maar om te bepalen wat je nog moet leren.
  • Om dezelfde reden hoef je als leraar ook geen inhaaltoetsen nieuw te maken.
  • Leerlingen willen getoetst worden. Je kunt daarin nu ook differentiëren in tijd.
  • Leerlingen leren regelmatig en werken niet alleen voor de toets.
  • Zesjescultuur is weg. De 6 geeft namelijk nergens recht op.
  • Leren is duurzamer.
  • Veel toetsen worden niet meer opgegeven; leerlingen leren er niet speciaal voor, maar moeten op ieder moment parate kennis en vaardigheden hebben. 
Dat heeft natuurlijk ook consequenties voor de didactiek
  • Leerlingen worden niet afgerekend op hun cijfers, die 'stok achter de deur' ben je kwijt.
  • Leerstof/leren moet de moeite waard zijn.
  • Leerlingen moeten eigenaarschap ervaren.
  • Doelstellingen moeten helder zijn.
  • De leraar doceert ook, maar managet vooral het leren van kinderen.
  • Werk in de klas laat leerlingen zo vaak mogelijk nadenken en geeft leerlingen ruimte voor eigen keuzes.
  • Het is belangrijker dat je leert dan wat je leert, een havoniveau is een denkniveau.

MEER LEZEN?

HIER VIND JE ONS TOETSBELEID VANAF 2016


Geen opmerkingen:

Een reactie posten